Home Column Voorbij
Voorbij
zaterdag, 24 september 2011 10:47

Afgelopen maandag zijn onze geitjes weggegaan. Ze kwamen langs in een hele grote blauwe trailer, verdeeld over 4 etages. En dan nog konden ze er niet allemaal in, zodat er een tweede kleine wagen moest komen voor de laatste dertig.


Die tweede wagen reed met onze laatste geiten vanaf de stal de weg omhoog. Die kon die steile helling aan. Voor de trailer was dat niet te doen. Dus die reed tot mijn grote verrassing het erf af en kwam toen naar beneden, richting dorp. Daar stond ik, verstopt tussen de bomen langs de weg. Omdat ik het vertrek niet van te dichtbij wilde zien. Toen was er geen ontkomen meer aan. De wagen kwam voorbij en daar zag ik al die koppies door de ventilatiegaten. Er waren geitjes die hun neus naar buiten hadden gestoken en nieuwsgierig vooruitkeken. Typisch een geit. Wat gaan we nu weer voor leuks doen? En ik wist wie daar allemaal in stonden, onze mooiste geit Princessa, onze knuffelgeit, ons jonkie dat we oplapten na een gebroken pootje, de eenogige geit, en al die kleintjes daartussen, met hun moeders. Onze stoere bokken met hun prachtige horens.


Ik vouwde mijn handen en bad voor hen. Voor een goede reis en een behouden aankomst. Onze meisjes. Ze losten op in een stofwolk. En toen werd het oorverdovend stil om me heen.


Die avond nog kwam de directeur van de melkfabriek zelf langs om onze laatste melk op te halen. Hij bracht een fles wijn mee, kaas van onze geitjes en drinkyoghurt van hun melk. Hij vertelde dat hij een grote blauwe vrachtwagen had gezien bij een tankstation, op anderhalf uur rijden van Oarba. Met geitjes erin. Dat waren onze geitjes. Hij had ook gehuild, vertelde hij.


De dag erna. Ik mis de belletjes en de voetjes die je kon horen om half negen in de ochtend. Waarop ik altijd even naar buiten schoot om ze voorbij te zien komen, samen met hun herders en de honden. Die honden liggen werkeloos bij de stal. De groene velden zijn leeg. Nooit meer ´geitjesalarm!´ zoals Ad en ik altijd riepen als we met de auto naar huis reden en boven op de heuvels bijna alles konden overzien en de geitjes ontwaarden in struikgewas of op onze akker met luzerne. De troggen bij de waterput zijn leeg.


Op stal staan nog vijf geitjes die we hebben gehouden. Omdat ze zulke mensenvriendjes zijn, of niet lekker in hun vel zitten. Een ziek kleintje kun je niet op transport sturen, vonden wij. Ik wilde ze naar huis halen, maar Adi en Dorel zorgen ervoor, dat wilden ze graag. Ook Dorel huilde toen zijn geitjes vertrokken.


Ik ben heel even op de stal geweest. Het is een grote gapende leegte en het maakt me opnieuw van streek. Ik realiseer me dat ik, ondanks alle zware jaren die achter ons liggen, zou willen dat ik de tijd terug kon draaien en de koeltank morgenochtend gewoon weer kon starten, de geiten weer op zou kunnen drijven in het melkhok en de vrolijk pompende melkstellen weer hun werk kon laten doen. Terwijl de geitjes maïs knabbelen en ruzie maken als vanouds.