| Designed by: |
| Umbla diavolul |
| donderdag, 15 oktober 2009 17:59 |
|
Ik wil alvast iedereen bedanken die mij mailtjes heeft gestuurd over mijn nieuwe boek ‘Adio Peppi’! Veel mensen die zeggen dat ze naar ’t Kielzog komen op zondagmiddag 15 november in Hoogezand, ook mensen die al vragen hoe ze het boek kunnen bestellen en waar en of ze het dan af kunnen halen of toegestuurd krijgen en nog veel meer en ik? Ik heb geen tijd om welk mailtje dan ook te beantwoorden. Want de duivel waart rond in Oarba, zoals Ionel het zo vol drama uit kan drukken. ‘Umblǎ diavolul’ in het Roemeens. Dat zegt hij bij voorkeur ’s avonds als we in schemerlicht van kaarsen aan de grote werktafel zitten terwijl buiten storm en regen om het huis razen en we ons verbazen over de problemen die zich nu weer voordoen. Onze herders Dorel en Vali hadden het steeds beter voor mekaar samen. Dorel is de herder, Vali de agrarische man zeg maar. Samen vertrokken ze ’s ochtends na het melken met de geiten naar het veld, om een uur of één brachten ze de geiten dan naar de waterput hier voor ons huis, daar bleef vervolgens één herder achter en de ander ging dan naar boven om de dieren daar te verzorgen, palen te zagen, hekken te maken, wat er nog maar meer te doen was. Vali kon zich ook goed redden met de tractor en was goed bij de tijd, zeg maar.
Dat was een groot voordeel, maar nadelen had hij ook. Soms had hij ineens een ‘vrije dag, zoals afgesproken’ of andere niet erg handige verrassingen. En altijd waren er wel redenen, maar nooit nam hij de moeite om te bellen en als hij dat al deed stelde hij ons altijd voor voldongen feiten. Zoals die avond dat hij om 23.00 belde dat hij de volgende ochtend niet zou komen omdat hij zijn schoonmoeder uit Oradea op moet halen. Dat is 5 uur rijden bij ons vandaan! Maar in het algemeen ging het heel mooi. Ad en ik kwamen er soms zelfs toe om ’s middags even te dutten op de bank of te lezen in een boek, nou, dat was tijden geleden! Het ging zo goed, dat Ad had gepland afgelopen zondag dan eindelijk de IJslandse hengst Ferrari terug te brengen naar Oostenrijk, na hopelijk een vruchtbare zomer tussen onze merries. Daarna zou hij dan doorrijden naar Nederland met de merries van Ali en Rennie, die helaas toch hebben besloten om terug te keren (Groningers, houdt u vast!). En met Mihai, onze invalherder, die zo graag eens in Nederland wilde kijken. Hij brengt een aantal ongetwijfeld erg leuke dagen door bij een Roemeens gastgezin in Hoorn.
Ik en de jongens, we zouden ons met alles redden. ‘Maak je maar geen zorgen’, zei Vali tegen mij. ‘We laten je niet in de steek.’ ‘Je hoeft niet eens terug te komen’, riep Dorel naar Ad. We konden ze gerust de geitenboerderij nalaten, dat zagen ze wel zitten. Ik had er alle vertrouwen in dat we met hen beiden alles inderdaad gerust over konden laten, dat dit zelfs kon als wij een paar dagen samen weg zouden willen. Een keer. Wat een luxe! Zouden we dan eindelijk de goeie combinatie van herders hebben gevonden, eindelijk de mensen die bij ons passen? De zondag dat Ad wil vertrekken komt Vali niet opdagen. Terwijl hij wist dat ik dan alleen zou komen helpen met melken, omdat echtgenoot wilde uitslapen. Ik bel en bel, maar de telefoon gaat zinloos over, telkens weer. Dan staat ‘ie op een gegeven moment uit. Nadat ik me door een eindeloze melksessie met Dorel werk, bel ik Ad op. Samen rijden we naar Petea, het dorp waar Vali woont. Daar komt zijn rode Opel ons net tegemoet. Hij zegt dat hij op weg is naar ons, om ons te vertellen dat hij niet meer komt. Gewoon nu, niet meer. Dat is mooi dat ik je nu zie, zegt Ad. ‘Je hoeft niet meer naar Oarba te rijden want ik kom je zeggen dat je nooit meer terug hoeft te komen. Exit. Vier uur voordat Ad wil vertrekken, zit ik zonder trekkerman, die weet van tractors, silos, noodaggregaten en schoonmaakprocedures, de geiten kent, handig is en snel. Thanx again. Ik zeg: ‘Ga toch maar. Als je moet wachten tot het leven hier normaal wordt vertrek je nooit.’ De volgende dag start de bouwploeg met het verder afbouwen van de stal, komt de bulldozer de stal uitmesten, willen de Birisen Ad’s agrarisch plan weten (‘er komt regen aan, daarna moet het gebeuren!’ ) en ja, die regen komt inderdaad. Zware wolken pakken zich samen boven Oarba de Mures, waar ik moederziel alleen zit, de wind hoor aanzwellen tot ferme kracht en de temperatuur binnen 48 uur met 20 graden zie kelderen! De dagen die erop volgen voel ik mij als een kapitein in zo’n oude heroïsche zeemannenfilm, zo’n man met gebarsten kop in oliepak onder zuidwester, die zich krampachtig aan het grote houten roer vastgrijpt terwijl het zeewater hem links en rechts om de oren kletst: houd vol, recht vooruit, alles zal goed komen. Over mijn belevenissen later meer! Over het boek ook. ZSM!!
|
